Boom (algemeen):                        
Een boom staat voor het leven en de band tussen hemel en aarde. Op een grafmonument staat de boom voor wederopstanding en leven, maar zeker ook voor de vruchtbaarheid van de aarde. Een afgebroken tak of een afgebroken stam staat net als de afgebroken zuil voor een jonge overledene. Altijd groene bomen staan voor onsterflijkheid en loofbomen voor de wedergeboorte (van de ziel) en herstel. In beide gevallen zou de conclusie kunnen zijn dat de dood niet het einde is.



eik : de eik heeft in de oude symboliek diverse betekenissen. Eikenhout is onverwoestbaar en was daarom het symbool van de onvergankelijkheid. De eik is daarom ook het symbool van onsterfelijkheid en eeuwig leven. Al in de oudheid werd aan overwinnaars een lauwerkrans van eikenbladeren gegeven ten eken van onvergankelijke roem.


Graankorrels/korenaren :  Deze verwijzen naar Christus omdat Hij het brood des levens is. Ook is het een symbool voor het Avondmaal of Eucharistie. Dat is dan in de kerkelijke traditie. Beide kunnen ook verwijzen naar een beroep. Geknakt symboliseren ze een onverwachte dood.


Klimop : Symbool voor het eeuwige leven, de plant blijft altijd groen. Maar meer dan alle groenblijvende planten is de klimop het symbool voor hechting, verbondenheid en de eeuwige vriendschap. De klimop houdt de herinnering vast, daarom wordt ze ook vaak als grafbeplanting gebruikt.


Klaver: een klavertje vier staat natuurlijk voor het geluk. Een klavertje drie staat voor de heilige Drie-eenheid : Vader, Zoon en Heilige geest


Lauwerkrans :de lauwerkrans van laurierbladeren is door de groenblijvende bladeren symbool an onvergankelijkheid en eeuwig leven. Het is tevens het symbool van de overwinning, roem en eerbetoon. De oudste symboliek van de laurier is die van reinheid. Met laurier werden ook de smette van vergoten bloed gereinigd. De lauwerkrans hoort bij de griekse god Apollo, zoon van Zeus. Apollo was de god die de hoogste en geestelijke schoonheid bezat. Een schedel omkranst met lauwertakken symboliseert de heerschappij van de dood over de overlevenden.


palmtak : de palmtak is het attribuut van de godin van de overwinning : Victoria. Ze symboliseert de overwinning op de dood. In de oudheid werd de palmtak aan atleten gegeven als teken van overwinning en werdenkoningen en keizers na een overwinning binnengehaald over een weg die bezaaid was met palmtakken. De Christenen namen de palmtak over als symbool van hen die gestorven waren en in het bijzonder de martelaren. In de Christelijke kunst was de palmtak het symbool van de overwinning op de dood door en in Christus. In de Rooms-Katholieke liturgie verwijst de palmtak naar de intocht van Jezus in Jeruzalem. Een duif met een palmtak in de snavel verwijst naar vrede.


Treurwilg : de treurwilg is het symbool van rouw en verdriet. De hangende takken symboliseren de tranenstroom die in de aarde verdwijnt.  Voor de Germanen was de wilg het symbool van de dood. In de onderwereld waen uitgestrekte wilgenbossen, waar de doodsgoden woonden. Een knoop in eenwilgentak leggen was vroeger voldoende om iemand te laten sterven. Men noemde dit wel 'doodknopen' , wie zo'n knoop losmaakte stierf zelf