afgebroken zuil : symbool van het plotselinge (veelal jonge) afgebroken leven. Vaak is de oorzaak van het overlijden een ongeluk of een moord geweest. De zuil zelf komt voor als afbeelding op een grafmonument en als grafmonument zelf. Veelal wordt ze versierd met guirlandes.


anker:  in het symbool 'hart, anker en kruis' staat het anker voor hoop. Hoop op een leven na de dood misschien wel. Het anker staat ook voor trouw, zekerheid en vastberadenheid. Daarnaast is het anker een veelgebruikt symbool op graven van zeelui.


babyvoetje : kenmerk voor een doodgeboren kindje, een symbool voor de de stapje die hij /zij nooit zal kunnen zetten.


bol, of cirkel : het symbool van het tijdloze, oneindige en eeuwigheid, en de niet tastbare wereld zonder begin of eind.


boot, zeilboot, schip : voor een behouden vaart naar het hiernamaals. Wordt ook gebruikt als symbool op het graf van zeelieden, of als varen een hobby van de overledene was


fakkel : een brandende fakkel verwijst naar hernieuwd leven en de wederopstanding. de omgekeerde (brandende fakkel) was al voor de oudheid symbool van het gedoofde leven en attribuut van de dood.


gevleugelde zandloper : dit symbool zie je minder vaak maar is wel heel mooi. De zandloper is het symbool van de kortstondigheid van dit leven en het onververmijdelijke naderende stervensuur. Als symbool van de dood kwam de zandloper voor het eerst voor in in de late Middeleeuwen. De omkeerbaarheid van de zandloper wordt in de christelijke traditie gezien als het nieuwe leven na de wederopstanding.
De zandloper met vleugels heeft soms 2 duivenvleugels maar vaak ook links de vleugel van een duif 'de dag' en rechts de vleugel van een vleermuis 'de nacht'. De betekenis van de vleugels is dat het leven vervliegt bij dag en nacht, bij goed en kwaad.


doodskop : symbool van de kortstondigheid van het aardse leven


geboortester : wordt zowel met een vierpuntige als met een vijfpuntige ster weergegeven. De vijfpuntige is een pentagram; in de oudheid was dit het symbool voor welslagen en gezondheid. In de Christelijke leer staan ze voor de 5 wonden van Christus.


obelisk : de obelisk is in de christelijke symboliek een symbool van standvastigheid en deugd. In het oude Egypte was het een teken van macht en symbool voor het eeuwige leven.


olielamp : de olielamp is het symbool van het eeuwige licht, verwijzend naar de eeuwigheid en onsterfelijkheid. Het is ook het symbool van Christus, die het Licht der Wereld is.Bij de klassieken was de lamp symbool van waakzaamheid.


overlijdenskruisje : Teken van het einde. Als Christelijk symbool het teken van het einde van het aardse leven. Christus zelf stierf aan het kruis.


gesluierde urn:  Oud Romeins symbool voor de dood en rouw. Het woord urn is afkomstig van het Latijnse 'Urma"en het werkwoord  'urere' hetgeen 'verbranden' betekent. De sluier op de as-urn is het symbool van het afdekken of bedekken van het leven.


handen :


twee ineengrijpende handen : staan voor liefde en verbondenheid van 2 mensen.


biddende handen :  staan voor de liefde van de overledene voor God.


Hart: Een afbeelding van een hart staat voor de liefde. Een hart waaruit vlammen komen, of soms worden ze "stralen" genoemd, staat voor de liefde voor het geloof



Ketting : kettingen rondom het graf symboliseren het domein van de doden en dat van de levenden



maan : verwijst naar het levensritme en bepaalt het ritme van eb en vloed. tevens een beeld van de opstanding : na elke nieuwe maan wordt het weer een volle maan.


man- of vrouwsymbool : Internationaal symbool voor een onderscheid naar geslacht. Het symbool met een pijl rechts naar boven symboliseert de man. Het symbool met pijl naar beneden symboliseert de vrouw.



regenboog : Een regenboog staat symbool voor de brug tussen hemel en aarde. Het verbindt het aardse met het godse. De zichtbare wereld valt even samen met het onzichtbare, magisch en bovennatuurlijk. Een regenboog is betoverend mooi maar uiterst vluchtig. Het oefent ons in loslaten.



ringen : Twee met elkaar verbonden ringen symboliseren de hemel en de aarde en de verbondenheid van twee mensen. De ring is net als de cirkel het symbool van oneindigheid. Ze zijn Alpha en Omega die in elkaar overvloeien.


schelp : Christelijk symbool van het graf dat de mens omsluit na zijn dood voor hij mag opstaan. Christus opende zijn graf na drie dagen. Het is ook het symbool van de pelgrims en bedevaarten. Apostel Jacobus had als symbool de schelp. Hij is in Santiago de Compostella begraven en veel pelgrims dragen dan ook de schelp op hun jas of hoed. Het is ook het symbool van vruchtbaarheid, liefde, huwelijk en leven. De symboliek van de schelp gaat in het algemeen verder terug, er zijn afbeeldingen van schelpen bekend uit de Romeinse tijd, waar de schelp een symbool was van geboorte en wedergeboorte.


slakkenhuis : Symbool van de harmonie door zijn harmonisch gevormde spiraalvormige huis. Ook het symbool van zelfgenoegzaamheid, de slak draagt immers zijn hele bezit met zich mee.


treurende vrouw : de treurende vrouw op of bij een graf symboliseert het verdriet van de nabestaanden over de overledenen.



zeis : het symbool van de dood. De dood wordt ook wel de grote maaier genoemd, die oogst aan het eind der tijden. In de vroege Middeleeuwen werd de dood al afgebeeld als een skelet met de zeis in de rechterhand. De zeis symboliseert ook de onverbiddelijkheid van de dood.


zon : licht van de allerhoogste Meestal half weergegeven. Dit kan zowel op het einde van het leven duiden, zonsondergang, als een belofte inhouden voor een nieuw leven, zonsopgang.